Icon

Amsterdam Center for Social Media

Is het prettiger bedreigen, schelden en haten als je anoniem bent?

cyberbullyingDoor Camiel Beukeboom (@camielbeukeboom)

Theo Maassen noemde het jaar 2013 in zijn oudejaarsconference een jaar van de dreig- en hate mails. Hij verwees daarbij naar een nieuwsbericht dat er dagelijks 35.000 tweets met bedreigingen worden verstuurd. Tweehonderd van die berichten zijn zo ernstig dat de politie ze natrekt. In een recent artikel in Vrij Nederland beschrijft Asha ten Broeke met welke grove verwensingen ze als publicist bijna dagelijks te maken heeft. Wat bezielt mensen om zulke online bedreigingen en scheldberichten te sturen?

Een belangrijke reden die Asha noemt in haar artikel, verwijzend naar wetenschapper John Suler, is de anonimiteit die het internet biedt. Deze anonimiteit zou zorgen voor een verhoogde mate van ongeremdheid. Dit kan best positieve effecten hebben (bv. verlegen pubers die vrijer communiceren). Het kan echter ook leiden tot zgn. “toxic inhibition”: negatief impulsief gedrag, zoals agressie, beledigingen, cyberbullying, en online harassment (zie ook Valkenburg & Peter, 2011).

Maar wat is anonimiteit nu eigenlijk? De meest voor de hand liggende vorm van anonimiteit is ‘source anonimity’. Dit betekent dat je identiteit onbekend is; persoonlijke informatie, zoals je naam, is publiekelijk verborgen. Een andere vorm is ‘audiovisual anonimity’. Dit komt voort uit het gebrek aan nonverbale signalen in online communicatie. In media als twitter ben je als persoon niet zichtbaar en hoorbaar (Valkenburg & Peter, 2011). Deze twee vormen van anonimiteit staan in principe los van elkaar. Je kunt als persoon zichtbaar, maar naamloos zijn. Zo kun je op straat iemand face-to-face compleet verrot schelden, terwijl je naam- en identiteitsloos bent. Je kunt echter ook onzichtbaar zijn, terwijl je naam en identiteit bekend is. Op twitter ben je als persoon niet direct zichtbaar, maar je kunt je identiteit wel onthullen in je naam, profiel, en zelfs een foto. Een gerelateerd punt is dat veel online berichten bewaard blijven. Dit betekent dat je online gedrag lange tijd terug te vinden is en later alsnog naar jou persoon herleid kan worden.

In de wetenschappelijk literatuur gaat men er over het algemeen inderdaad vanuit dat anonimiteit een rol speelt in “cyber aggression”. Anonimiteit zorgt niet alleen voor verhoogde impulsiviteit en ongeremdheid. Anonimiteit stelt je ook in staat om je online identiteit los te koppelen van je offline identiteit. Zo kan iemand online de meest hatelijke bedreigingen uiten en zichzelf toch als een aardig persoon blijven zien (Alleen op internet ben ik de grootste klootzak; Asha ten Broeke, 2013). Daarnaast hangt met name audiovisuele anonimiteit samen met het feit dat je niet geconfronteerd wordt met de consequenties van je agressieve gedrag. Je ziet niet wat het met je slachtoffer doet. Met name een gebrek aan oogcontact zou agressieve ongeremdheid in de hand werken (Asha ten Broeke, 2013; Suler).

Ondanks deze consensus is het bewijs uit wetenschappelijk onderzoek voor het verband tussen anonimiteit en cyber agressie beperkt. Ook wat betreft de precieze verklaring voor dit verband. Een recent artikel (Wright, 2013) richt zich op die vraag. In het onderzoek vulden 130 jong-volwassenen twee keer een vragenlijst in, met ±6 maanden tijd ertussen. In de vragenlijsten rapporteerden ze in welke mate ze zich schuldig maakten aan agressief gedrag in online social media (bv. beledigingen, roddelen). In de eerste vragenlijst werden bovendien vragen gesteld naar overtuigingen met betrekking tot anonimiteit. In welke mate geloofden ze dat anonimiteit ervoor zorgde dat ze niet gestraft zouden worden voor negatief gedrag (punishment by authority figures). En in welke mate anonimiteit ervoor zorgde dat ze niet bang waren dat hun slachtoffer wraak zou nemen (i.e., retaliation from the target). Ook werd gevraagd in hoeverre ze geloofden dat gemene online berichten weer verdwijnen, i.p.v. bewaard blijven (permanency of online content). En in welke mate geloofden ze dat ze niet gepakt zouden worden voor aggressief online gedrag (confidence with not getting caught).

De resultaten bevestigden dat deze overtuigingen over anonimiteit samenhangen met een toename in agressief online gedrag. Hoe meer deelnemers geloofden dat ze dankzij online anonimiteit straf en wraak van het slachtoffer ontlopen, hoe agressiever ze zich 6 maanden later gedroegen. Een toename in agressief gedrag hing ook samen met de overtuiging dat men niet gepakt zou worden voor negatief online gedrag. En agressie nam toe naarmate men geloofde dat online content weer verdween (niet permanent was).

Kortom, deze studie suggereert dat online agressie toeneemt naarmate mensen het geloof hebben dat ze, dankzij anonimiteit, toch niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun agressieve gedrag. Het geloof dat je niet gestraft kunt worden werkt ongeremdheid in de hand. Anonimiteit – en het geloof dat je berichten niet bewaard blijven – verlagen het gevoel dat je foute gedrag consequenties heeft en dat je erop kan worden aangesproken.

Je kunt je nog afvragen welke vorm van anonimiteit hier nu de grootste rol in speelt. De meeste agressieve reaguurders hebben een anonieme profiel; hun naam en identiteit is onbekend. Dat helpt vast om je agressie en bedreigingen lekker ongeremd te laten gaan. Audiovisuele anonimiteit speelt echter ongetwijfeld ook een rol. Het lijkt me plausibel dat je iemand face-to-face minder snel verrot zal schelden dan via twitter, ook als je qua identiteit anoniem bent. Wellicht heeft dat ook te maken met de manieren waarop je teruggepakt kan worden. In principe is zowel in twitter als face-to-face een verbale reactie van je slachtoffer mogelijk. In twitter ontbreekt echter de directe nonverbale reactie van je slachtoffer. Het gaat dan niet alleen om eventuele verdrietige, geraakte schrikreacties. Het gaat ook om de mogelijkheid om fysiek te straffen en fysiek wraak te nemen. Het is vooralsnog in twitter niet mogelijk om iemand een klap voor zijn hoofd te geven. Jammer eigenlijk.

 

Referenties

NOS (oktober, 2013). Dagelijks 35.000 keer dreigen via Twitter. Retrieved on Januari 9, 2014 from http://nos.nl/op3/artikel/569197-dagelijks-35000-keer-dreigen-via-twitter.html

Asha ten Broeke (2013). In het brein van de reaguurder. Vrij Nederland. Retrieved on Januari 9, 2014 from http://www.vn.nl/Archief/Media/Artikel-Media/In-het-brein-van-de-reaguurder-1.htm

Valkenburg, P.M. & Peter, J. (2011). Online communication among adolescents: An integrated model on its attraction, opportunities, and risks. Journal of Adolescent Health, 48(2), 121-127.

Wright, M. F. (2013). The Relationship Between Young Adults’ Beliefs About Anonymity and Subsequent Cyber Aggression. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking, 16(12): 858-862. doi:10.1089/cyber.2013.0009.

Share

Category: cyberbullying, Onderzoek, Social media

Tagged:

Comments are closed.

December 2018
M T W T F S S
« Mar    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31